donderdag 31 maart 2011

Hoe leefden de jagers en verzamelaars?

Jagers en verzamelaars trokken rond om aan voldoende voedsel te komen.
Ze woonden dus niet op een vaste plek.
Ze leefden in een soort kringloop.
Het gaat zo: ze leefden in een stam van ongeveer 20 tot 30 personen.
Ze bouwden huizen van takken, bladeren, mest, stenen en andere dingen uit de natuur.
Dat deden ze omdat ze rondtrokken.
Ze leefden met een groep dus op 1 plek, en als ze daar alles hadden ‘opgemaakt’.
(dieren vellen en vlees gegeten, de bladeren en bomen kappen, de bessen geplukt hebben enz.)
Als ze dat hadden ‘opgemaakt’ gingen ze met z’n allen naar een andere plek.
Op de plek waar ze alles hadden ‘opgemaakt’, kwamen weer allemaal nieuwe dingen.
Planten en bomen groeiden aan, en er kwamen weer nieuwe diertjes.
Als ze de nieuwe plek ook ‘opgemaakt’ hadden, gingen ze weer naar die andere.
Zo ging het dan de hele tijd door, en dat werkte prima!

De jagers en verzamelaars hadden een taakverdeling.
De vrouwen zorgden voor de kinderen, verzamelden vruchten en verwerkten de huiden van dieren.
De mannen jaagden op wilde dieren, zodat ze de huiden konnen gebruiken en het vlees konden opeten.


14 opmerkingen: